Home » Over » Wat geloven wij » Gods scheppingsorde » Huwen of ongehuwd samenwonen

Huwen of ongehuwd samenwonen

 

Heel veel jonge mensen gaan tegenwoordig samenwonen. Zij zien dit veelal als een (voorlopig) beter alternatief dan in het huwelijk te treden. Ook onder christelijke jongeren is het samenwonen niet vreemd meer.

Het trouwen wordt vaak als lastig ervaren en de vraag naar dit ´boterbriefje` neemt steeds meer af. Is samenwonen een gelijkwaardig alternatief voor het traditionele burgerlijke huwelijk? Kunnen we elkaar niet beter partners noemen dan ouderwets man en vrouw?

De wet ziet samenwoning als gelijkwaardig aan het huwelijk. Het is daarom terecht dat jongeren zich afvragen wat de zin van het burgerlijk huwelijk is, want zij hebben de wet aan hun zijde. Als de overheid het huwelijk uitholt en leeftijdgenoten gewoon gaan samenwonen, gaan ook christenjongeren zich het een en ander afvragen.

We zien ook steeds meer christenen tot echtscheiding overgaan. Is het dan niet begrijpelijk dat velen het geloof in het burgerlijk huwelijk hebben verloren?

Staat er in de Bijbel dat je op het stadhuis moet trouwen? Je kunt elkaar toch ook gewoon trouw beloven tegenover de Heer? Die belofte is toch ook geldig?

Wat heeft een overheid die niet met God rekent nu met mijn relatie te maken? Het is toch een zaak tussen ons beiden en God (drievoudig snoer).

Vaak komen wij wat de overheid betreft niet verder dan Rom. 13:1-2 en daar doen we het dan mee af. We moeten de overheden gehoorzamen, want ze zijn boven ons gesteld.

Maar hoe zit het dan met een overheid die geen rekening houdt met Gods Woord?

We zullen eerst onderscheid moeten maken: tussen de instelling van het huwelijk en de handeling (de ceremonie). De instelling, is de essentie van het huwelijk zoals God in Zijn Woord ingesteld heeft: verlaten, aanhangen en tot één vlees worden. Deze instelling is vastgelegd, en staat boven de cultuur van welk land en overheid dan ook. Het is de scheppingsorde en geldt voor iedereen.

De handeling, ceremonie is wel cultureel bepaald. In het oude Israël huwden een jongen en een meisje op zeer jonge leeftijd. Vaak kwam deze beslissing tot stand via de ouders zonder de tussenkomst van het aanstaand echtpaar. Verder was de bruidegom verplicht om aan de vader van de bruid een bruidsprijs te betalen. Bovendien werden er als dank nog eens extra geschenken gegeven aan het meisje en de familie. Het bruiloftsfeest kon wel 7 dagen duren. Tot de eerste huwelijksnacht was de bruid gesluierd. Als bewijs van de maagdelijkheid van de bruid werden de met bloed besmeurde lakens van het bruidsbed door de ouders van het meisje bewaard om die, als het nodig mocht blijken, als bewijs aan de oudsten van de stad voor te leggen.

God werd in het huwelijkscontract voorop gesteld, maar we vinden geen godsdienstige handelingen tijdens de ceremonie. Het bruiloftsfeest was een feest van de hele gemeenschap. Men kon zo weten dat deze twee zich voor het leven aan elkaar verbonden wisten. Vaak werden de contracten ook schriftelijk vastgelegd.

In eerste instantie was het huwelijk een juridische en sociale zaak. Zie maar hoe Boaz Ruth pas tot vrouw neemt als hij eerst de 10 oudsten van de stad geroepen heeft en daar de burgerlijke en juridische zaken officieel afhandelt wat betreft zijn zijn losserschap.

Bovendien wendde men zich eerder tot de burgerlijke dan tot de geestelijke instanties als er huwelijkse geschillen waren. Het huwelijk werd dus gedragen door een contract dat voor de burgerlijke overheid gesloten werd. Kortom…geen godsdienstige ceremonie maar een burgerlijk huwelijk.

Verlaten, aanhangen en tot één vlees worden is inderdaad een contract met drie partijen. De bruidegom, de bruid en God verbinden zich in een contract dat gesloten wordt met de hele gemeenschap als getuige.

Het is een publieke zaak waar iedereen in de gemeenschap bij betrokken hoort te worden. Ook vandaag is een burgerlijk contract de enige manier waarop aan een dergelijke inhoud ceremonieel vorm gegeven kan worden. Een contract met getuigen die optreden als vertegenwoordiger van de gemeenschap is de enige wettige manier die openbare geldigheid aan de gesloten huwelijksovereenkomst verleent. Onze wetgever holt de inhoud van het huwelijk steeds meer uit. De inhoud van trouwbeloften wordt steeds meer afgezwakt. Echtscheiding wordt steeds gemakkelijker gemaakt. Toch zijn de trouwbeloften die een jong paar voor de ambtenaar aflegt, bindend. Een burgerlijk contract met getuigen is immers in onze maatschappij nog steeds de enig aangewezen manier om de gemeenschap in kennis te stellen van een overeenkomst die ook hen aangaat.

Het 'ja' op het stadhuis is dus meer dan een boterbriefje. Het is een publieke belofte van trouw voor het leven.

Het kerkelijke huwelijk is geen huwelijk in de strikte zin van het woord, want het bruidspaar is al getrouwd. En je trouwt niet nog een keer. Toch is het alleszins begrijpelijk dat christenen zoveel waarde toekennen aan de inzegening in de kerkelijke gemeente, zeker nu de Nederlandse overheid het huwelijk zo heeft uitgehold.

Echter zolang de Nederlandse wetgeving het huwelijk niet opgegeven heeft, vindt de huwelijkssluiting dus plaats in het gemeentehuis. Maar als het wettelijk karakter opgeheven wordt, dan blijft in ieder geval het publiekelijk karakter van het huwelijk gehandhaafd.

De kerkelijke inzegening waar voor veel christenen het publiekelijk karakter het best ervaren wordt, speelt in deze een grote rol. En voor de toekomst zie ik daarin een steeds grotere rol weggelegd voor de christelijke gemeente.

Nu kunnen in de gemeente een aantal beloften worden toegevoegd aan de minimale beloften op het stadhuis. Daar beloofden ze elkaar tot man en vrouw te nemen, maar in de gemeente beloven ze ook elkaar lief te hebben zoals het een christen betaamt en dat ze eventuele kinderen in de vreze des Heren zullen opvoeden. Het zal duidelijk zijn dat een christelijk huwelijk dan een dimensie meer heeft dan alleen het burgerlijk huwelijk.

Alleen een christen die de Here Jezus kent als zijn Heer en Heiland kan de ander trouw blijven volgens het Woord van God. En dat slechts met hulp van de Heilige Geest die hij/zij ontvangen heeft toen hij/zij Hem als verlosser aanvaardde. Bovendien wordt de gemeente genodigd toe te zien op de naleving van die beloften. Ze mogen hen erop aan spreken en geestelijke hulp bieden als dat nodig is.